Kandidaat
Switch Language
Menu

Reglementering campagne

De verkiezingsuitgaven

De uitgaven die de politieke partijen, alsook de kandidaten, voor hun verkiezingscampagne mogen doen, zijn niet onbeperkt.

Krachtens de Wet van 7 juli 1994 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van de provincieraden en de gemeenteraden, de districtsraden en voor de rechtstreekse verkiezing van de raden voor maatschappelijk welzijn, situeert de beperking van de verkiezingsuitgaven zich op drie niveaus:
per politieke partij die een gewestelijk lijstnummer en een beschermd letterwoord heeft verkregen, per lijst en per kandidaat.

Het is de gewestelijke Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die de maximumbedragen vaststelt van de uitgaven per lijst en per kandidaat in functie van het aantal kiezers in elke gemeente.

Worden beschouwd als uitgaven voor verkiezingspropaganda: alle uitgaven voor mondelinge, schriftelijke, auditieve en visuele boodschappen die erop gericht zijn het resultaat van een politieke partij, een lijst en hun kandidaten gunstig te beïnvloeden en die verricht worden tijdens een periode van drie maanden vóór de verkiezingen.

Tijdens deze periode zijn volgende manier van propaganda strikt verboden:

1. de verkoop of het verspreiden van gadgets;
2. het voeren van commerciële telefooncampagnes;
3. het uitzenden van reclamespots in de media of bioscopen;
4. het gebruik van commerciële reclameborden of affiches;
5. het gebruik van niet-commerciële reclameborden of affiches groter dan 4 m².

Iedere kandidaat verbindt zich ertoe om de uitgaven ten gevolge van hun campagne aan te geven. De kandidaat die lijstaanvoerder is, verbindt er zich eveneens toe de uitgaven voor de verkiezingspropaganda van zijn lijst aan te geven. En tenslotte dient ook een politieke partij die een gewestelijk lijstnummer wenst te verkrijgen, er zich toe te verbinden de verkiezingsuitgaven voor deze lijst aan te geven.

Daarnaast dient op alle niveaus de herkomst van de geldmiddelen gekend te zijn. Meer nog, de giften van de natuurlijke personen hoger dan 125 euro kunnen niet aanvaard worden zonder de identiteit van de schenker te registreren.

Al deze verklaringen dienen binnen dertig dagen na de verkiezingen te worden neergelegd op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg. De verklaringen zijn inkijkbaar voor elke kiezer tussen de 31ste en 45ste dag na deze van de verkiezing. De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg maakt, na analyse, een verslag op dat tussen de 60ste en 75ste dag na de verkiezingen op de griffie kan geconsulteerd worden door de kiezer.

Na het verstrijken van deze termijn, stuurt hij de verklaringen, de verslagen en de eventuele opmerkingen van de kandidaten naar het Controlecollege, georganiseerd door het Brussels Parlement. Het Controlecollege doet binnen de 90 dagen, na ontvangst van alle verslagen, uitspraak over de juistheid en de volledigheid van elk verslag.

Zelfs zonder bezwaar controleert het Controlecollege de uitgavenstaten van elke politieke partij voor de periode van de verkiezingscampagne. Het Controlecollege is samengesteld uit elf effectieve leden en elf plaatsvervangende leden waarvan er minstens drie tot de kleinste taalgroep behoren. De leden van het College zijn aangeduid door de Raad in zijn eigen midden, ze behoren tot een erkende politieke fractie. De voorzitter van de raad en de eerste vice-voorzitter zijn leden met volle bevoegdheid en verzekeren respectievelijk het voorzitterschap en vicevoorzitterschap.


De bezwaren ingediend tegen een kandidaat wegens het niet respecteren van de betreffende wetgeving, valt onder de bevoegdheid van het Rechtscollege, dat sancties kan opleggen aan de kandidaat.

Het Rechtscollege is samengesteld uit negen leden aangesteld door het Brussels parlement, op voorstel van de Regering; minstens drie leden behoren tot de taalgroep met het minste leden. Inzake verkiezingsuitgaven is het bevoegd om de klachten te ontvangen en erover te beslissen.

Klachten gesteund op de schending van de wet van 7 juli 1994 betreffende de beperking en controle op de verkiezingsuitgaven, naar aanleiding van de verkiezingen van de gemeenteraden en OCMW-raden worden ingediend bij het Rechtscollege binnen de 45 dagen na de dag van de verkiezingen. Het Rechtscollege neemt binnen de 90 dagen na indiening van het bezwaar een beslissing.


Verkiezingsuitgaven: Schatting van de definitieve maximumbedragen voor de lijsten en de kandidaten

Het aantal kiezers die deelnemen aan de stemming in elke gemeente bepaalt het maximumbedrag van de verkiezingsuitgaven die de lijsten en de kandidaten in verband met hun verkiezingscampagne kunnen aangaan. Artikel 5 van de wet van 7 juli 1994 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van de provincieraden, gemeenteraden en districtsraden en voor de rechtstreekse verkiezing van de raden voor maatschappelijk welzijn bepaalt dat de maximumbedragen uiterlijk veertig dagen vóór de dag van de verkiezingen worden meegedeeld. U vindt hier de definitieve maximumbedragen.

Controle van de mededelingen en de imagobevordering van de plaatselijke overheden tijdens de verkiezingsperiode

De ordonnantie van 12 juli 2012 betreffende de controle van de mededelingen en de imagobevordering van de plaatselijke overheden tijdens de verkiezingsperiode, gewijzigd bij ordonnantie van 23 juli 2012, omkadert de mededelingen van de leden van het college van burgemeester en schepenen gedaan tussen de 95ste dag voor de verkiezingen en de dag van de verkiezingen (de pre-electorale periode).

Op elk moment, ook deze buiten deze pre-electorale periode, wil de ethiek dat publieke middelen niet gebruikt worden door de leden van de plaatselijke overheid om hun persoonlijk imago of dat van hun partij te bevorderen.

De ordonnantie wil een strikte gelijkheid garanderen onder de kandidaten bij de gemeenteraadsverkiezingen die een directe of indirecte toegang hebben tot communicatiemiddelen gefinancierd met publieke middelen (bijvoorbeeld een gemeentelijk informatieblad), en de andere kandidaten die deze bevoorrechte toegang niet hebben.

Het gaat daarbij meer bepaald om mededelingen, informatiecampagnes of evenementen die uitgaan van de burgemeester, de schepenen of de voorzitter van de OCMW-raad en die (vier cumulatieve voorwaarden):

1.    niet verplicht zijn op grond van een wettelijke of reglementaire bepaling;
2.    rechtstreeks of onrechtstreeks met publieke middelen gefinancierd worden;
3.    opgestart worden tussen de 95ste dag vóór alle verkiezingen (met uitzondering van vervroegde federale verkiezingen en de gemeenteraadsverkiezingen van 2012, waarvoor deze regeling ingaat op 1 augustus) en de dag van de stemming;
4.    ertoe strekken het persoonlijk imago te bevorderen van één of meer leden van het College van Burgemeester en Schepenen, van de voorzitter van de Raad van het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn of van hun politieke partij.

Het Controlecollege dat toezicht houdt op de verkiezingsuitgaven en de regeringsmededelingen werd er eveneens mee belast toezicht te houden op de mededelingen en de imagobevordering van de plaatselijke overheden.

Het Controlecollege kan optreden uit eigen beweging, op vraag van een derde van zijn leden of na klacht van een gemeentemandataris of politieke partij.

Klik hier voor de omzendbrief waarin de nieuwe regels in detail toegelicht worden. Deze omzendbrief is ook beschikbaar in de rubriek "wetten en ordonnanties" van deze website.

Documenten

01/31/2018 - 10:49
Wet 07.07.1994 -beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven
Description

Wet van 7 juli 1994 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven  
voor de verkiezing van de provincieraden en de gemeenteraden, de districtsraden en voor  
de rechtstreekse verkiezing van de raden voor maatschappelijk welzijn.